Tijd om de mouwen op te rollen.
Nu je in de vorige hoofdstukken vooral hebt gelezen over de theorie, gaan we nu aan de slag met prompten!
1. Geef duidelijke context mee
"Je bent een beleidsadviseur."
Dat helpt de AI om in de juiste rol en toon te komen. Zonder context krijg je een generiek, halfbakken antwoord.
2. Maak geen geheim van je verwachtingen
Voor wie is dit bedoeld? Een directielid met weinig tijd. Dat verandert alles aan hoe het antwoord eruit moet zien.
3. En natuurlijk het gewenste resultaat
Concreet: 5 bullets, één aanbeveling aan het eind. Hoe specifieker, hoe minder je achteraf hoeft bij te schaven.
AI-geletterdheid.
Maar let op wat je deelt! Alles wat je typt, inspreekt of laat meelezen door een AI-tool, kan ergens worden opgeslagen.
Bij gratis of publieke tools weet je vaak niet precies waarvoor.
Een simpele vuistregel:
Zou je het ook hardop zeggen in een drukke trein, waar vreemden meeluisteren? Nee? Dan ook niet aan een AI toevertrouwen.
Eh ... hoe zit het dan als je tóch AI wilt gebruiken op je werk?
Dan ontkom je er bijna niet aan om de "trein regel" te overtreden. Gelukkig zijn daar ook mogelijkheden voor.
Je hebt het dus zelf in de hand.
Gratis is fijn, zolang je geen persoonlijke of vertrouwelijke informatie deelt (weet je nog, de trein-vuistregel?). Wil je AI voor je werk inzetten, of wil je zeker weten dat informatie niet ergens anders opduikt? Dan is een zakelijke, betaalde versie meestal de betere keuze.
Volgens Remy gaan we dus steeds meer taken automatiseren.
Denk aan een AI-assistent die na een vergadering automatisch een verslag opstelt, actiepunten aanmaakt in je takenlijst, én een conceptmail verstuurt naar het team. Dat heet een agent. Daar gaan we in het volgende hoofdstuk dieper op in.